Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 287

Landvoogd gezonden , en hun op rekening gegeeven, ftilde den muitenden Soldaat, die te Maaftricht de winterlegering betrok (*).

De Prins van Oranje zag met zegepraalend genoegen geheel Holland, alleen Amfterdam en Haarlem uitgezonderd, van Spanjaarden ontledigd. Hij hadt de tijding der Verlosfing van Leyden nauw vernomen, of begaf zich derwaards en fchonk Overheden en Burgers den verdienden lof hunner voorbeeldlijke dapperperheid en taaij geduld. Eene geldzameling voor de behoeftigen der uitgemergelde Stede flrekte ten blijke van de weldaadigheid der Landzaaten. Om hun beweezen trouwe te vergelden, boodt hij hun aan de ontheffing eeniger Tollen, of het ftichten van eene Hoogefchool. Zij verkoozen het laatfle. Dit was de grondflag der oprigtinge van Leydens Hoogefchool, in de Geleerde Wereld beroemd, door de Hoogleeraaren, die dezelve, in allerlei takken van Geleerdheid en Letteren, ten onverdoofbaaren luister gellrekt hebben, en de vermaarde Mannen ,in die oefenplaatze gekweekt. Dusdanig eene oprigting, in zulk een tijd van bijfterheid en onlteltenisfe, toont de groote ziel des Prinfen (f).

Merkwaardig is het, dat de Brieven, tot deeze Oprigting, gegeeven zijn in den Naam van Koning Philips , inhoudende, dat hij, naa rijpe overweeging', op raad van zijn waarden Neef, Willem Prins van

Oran-

(*) Hooft, I. D. bl. 452. (ï) Zie aldaar, bl. 497. 498.

Philips deII. van Spanje.

Oprichting van de HoogefchoolteLeyden.

Sluiten