Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS

Philips ub II. van

Spanje.

te krijgen , zich tot de Staaten moest vervoegen i was hij verpligt, hun een gedeelte des Landbeftuurs afteftaan, hun, in Hukken van aangelegenheid, te raadpleegen , en toetelaaten , dat de Amptenaaren hun, zo wel als hem, den Eed deeden. Zij vergaderden alle zes weeken, en zelfs zo dikwijls, als zij het, ten beste van den Lande , noodig oordeelden. De kleine Steden konden daar ontbooden worden , en Afgevaardigden, tot het handhaaven hunner bijzondere belangen, zenden. In Noordholland eischten die ten Platten Lande ook het voorregt, om in de Staatsvergadering te mogen verfchijnen; doch het werd hun afgeflaagen , fchoon ze aantoonden , dat zij twee derden der belastingen opbragten. De Staaten van dit deel des Lands hadden fieeds heftige ge'fchillen met Sonoi , die zich te veel gezags zogt aantemaatigen. Zij liepen zo hoog, dat Aldkgonde , in den jaare MDLXXV1 , dien Bevelhebber fchreef, „ dat het hoofdbewind der Gemeente toe„ kwam , en hij zich daar volgens te gedraagen „ hadt (*)." Ten zelfden tijde klaagden de Edelen , dat men hun voor andere Vierfchaaren, dan het Hof, daagde, en de Steden de Voorregten van het Platte Land , welks natuurlijke Befchermheeren zij waren, zogten te vernietigen. De Prins , die een groot aantal Heerlijkheden in Holland bezat, zag, met genoegen , dat de Edelen in deezervoege op de behoudenis hunner Voorregten Honden : zij konden

een

CO Bor, IX.B.bt. 167.

Sluiten