Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 291

een tegenwigt opleveren tegen de magt, welke de Steden zogten te verkrijgen (*).

Te midden der tegenéénftooting van zo veele onderfcheide Magten en bijzondere belangen, vonden zich de Ingezetenen in de uiterlle verlegenheid. Zij wisten niet, werwaards zich te wenden, of waar de Oppermogenheid huisvestte. In deeze verlegenheid riep de Prins, den twintigften van Wijnmaand , de Staaten bijéén, en deedt een Vertoog, zeergefchikt, om ons 's Lands toeftand en tevens 's Vorften aart te doen kennen. Zijne aanfpraak liep op deezen zin: „ 't Is gedaan met den Staat, indien men niet vaardig „ eene beltelling ophetLandsbeftuur maake. Deezen ,, weigeren onderftandgelden optebrengen, zonder ,, dat men middel heeft, om hun daar toe te dwin» „ gen- anderen fchieren ze traaghjk op, endeStaa„ ten gebruiken ze menigwerf tot min dringende be„ hoeften, dan het onderhoud der Krijgskncgten. ,, Het Volk verbeeldt zich, buiten twijffel, dat ze „ bekeerd worden ten mijnen behoeve ,' en dat ik „ min het algemeen dan mijn bijzonder belang zoe„ ke. Om mij uit alle deeze zwaarigheden te red,, den, ftel ik den Staaten voor, mij te ontheffen „ van een last, dien ik, uit liefde tot het Vaderland, „ en niet uit eerzugt, op mijne fchouderen geno„ men heb." Naa eene vermaaning tot ééndragt, voer hij voort: „ Dat ik mijn ontflag verzoek , is „ niet, dewijl het mij verveelt, u langer te verdee-

» di-

(*) Bor, VII. B. bl. 70.

T a

Philips dë II. van Spanje.

Verande • ringen in de Regeering in Holland en Zieland.

Sluiten