Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 293

met de Groot , wel betuigen , „ dat zij alles ga„ ven, om den Tienden Penning niet te geven (*)," De Vijand putte zijne fchatkist even zeet uit : men rekende, dat deeze Oorlog Spanje reeds op twintig millioenen te Itoan kwam.

Het gezag kwam m handen van de Raaden der Geldmiddelenen der Admiraliteit, en van den Raad des Prinfen, toen hij na Zeeland toog, om het zelve met Holland te verdénigen. Doch dit ontwerp werd niet voor in den Zomer des volgenden jaars volvoerd De twee Landfchappen vormden toen het eerfte Verdrag van verdéniging , om wederzijdsch elkander tc verdeedigen , onder het beltuur en de gehoorzaam heid des Prinfen van Oranje. In dit Verdrag out moeten wij een zeer merkwaardig bijvoegzel: naam lijk, dat alle Afgevaardigden , die op de Algemeen Dagvaarten niet verfcheenen, eene boete zouden be taaien (f). In den jaare MDLXXIV , hadden d Staaten van Holland dit zelfde vastgefteld. In eei Oorlog, zo netelig en zo onzeker, vorderde de Staat kunde, elk tot opkomen te verpligten, ten einde nie mand, in gevalle men zich genoodzaakt vondt , 011 der het juk der Dwinglandije te bukken, de fchul daar van een ander op den hals kon fchuiven.

De Regeering in Zeeland beftondt, oudtijds, ui drie Leden , de Staaten van den Lande geheeten

t

(*) Grotu Annal. p. 42.

(f) I'. Paulus Unie van Utrecht, III. D. bl.

T3

Philip» de II. van Spanje.

\

\ f e

Sluiten