Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. tp?

uitbreiden, benevens eenige andere Voorrègten, van

welken de Stad geen lang genot hadt (*). Van

de Voorregtgn, aan Leyden gefchonken, hebben wij hier boven reeds gefproken. Dan wij moeten hier, in 't voorbijgaan, optekenen, dat de bevolking dier Stad dermaate toenam, dat'er, in den jaare MDCXL, tienmaal zo veel menfehen in geteld werden, als 'er bij 't eindigen des belegs waren: welk getal zedert^ door 't verval der Fabrijken, zeer verminderd is (f).

Wat de andere Landfchappen betreft, die zichzö fpoedig aan de Spaanfche zijde begeeven hadden, zij leveren ons, in dit tijdperk, weinig aantekeningswaardigs op , behalven klagten over de drukkende belastingen. De Staaten van Gelderland klaagden, dat men hun, behalven de verbeurd verklaarde Goederen der uitgebannenen , zesmaal honderdduizend Guldens hadt afgeperst. Hunne Afgevaardigden bragten deeze bezwaaren bij den Landvoogd in. Zij voegden 'er bij, dat ze onderdrukt wierden door Soldaaten , en de knevelaarijen der nieuwe Bisfchoppen niet konden verdraagen , bovenal , de onbefchoftheid niet des Bisfchops van Roermonde , die htitl dreigde in den ban te doen, indien ze hem het regt, om zijn Koorn te doen maaien, zonder iets daar voor

te1'

(*) Wagenaar Amft. III. D. bl. 348. 351. en X. D. bl. 71,

Ct) Oorfpr. Befchr. der flacl Leyden, bl. IlS*. Het getal der overgebleeveneo was 10,000. UI. Deel. * V

Philips r.f. 11 van Spanje.

Sluiten