Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dun NEDERLANDEN. 299

hun affchilderden als Frijgeeften. Zij beweerden, dat men 'er op hadt moeten ftellen : FLec Religio-

Nis ergo. Om de zaak van den Godsdienst.

Als of , gelijk zeker Schrijver , met veel oordeels , opmerkt, de openbaare handhaaving van den Godsdienst niet begreepen was onder het woord van Frij' heid, en de Roomsch-Catholijken , vijanden van de Inquifttie en der Dwinglandije, niet met zo veel [dapperheids voor het Vaderland geftreeden hadden als de Proteftanten (*).

Dan, fchoon men in den aan vang der Beroerte, zo ijverige Voorftanders der Vrijheid onder de RoomschCatholijken aantrof , als onder de Hervormden , en Adriaan van der Mijle , een beroemd Man van die dagen , over de handelingen, die de Proteftanten , ten opzigte van de Roomfchen, hielden , fchreef:

Indien men op een tijd, dat de uitflag desoorlogs „ nog onzeker is, met de Catholijken op dien voet ,, tewerkegaat, wat hebben zij dan niet ie vree„ zen, als de Voorftanders der Vrijheid in hun oog„ merk flaagen (*)?" hadt men, in 't vervolg , reden , om te vreezen , dat zij iets euvels zouden brouwen, ten voordeele van den Vijand, terwijl de Staat en Godsdienst nog zeer wankel Honden. De Plakaaten, tegen de Roomfchen , en vooral tegen de Geestlijkheid, uitgegeeven, het ontneemen der Kerken a

(*) ÏAbreviateur de Brandt, Tom. I. p. 325. (t) Myui Epift. fel. p. 57a. Edit. 1617.

V 2

Philips de II. van Spanje.

Op welk eene wijze men de Roomfchen behandelde.

Sluiten