Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31*

GESCHIEDENIS

helle voerde, doch dat zij hem evenwel zouden doen vierendeelen ; gelijk heimlijk gefchiedde.

Het Volk, deezer fchriklijkheden moede, klaagde over zulke regtspleegingen : zij werden eerlang gelïaakt. Andere Gevangenen kreegen hunne vrijheid; doch het is vreemd , dat, fchoon al de wereld hun beklaagde, en hunne onfchuld bekende, zij nimmer regterlijke vrijfpraake konden bekomen, hoe zeer zij daar om aanhielden, enverpligtwaren, hunneregtsvervolgingen tegen hunne Regters cn Beulen te ftaa-

ken. ■ Hoe deerlijk zijn de Burgeroorlogen!

Welk eene woede Hort de haatlijke Geloofsijver niet in ! Menfchen, gefchapen, om elkander te beminnen , in meer dan verfaheurende Tijgers herfcheppende ! Men moge zeggen, dat dit ganfche werk was aangelegd, om den Roomfchen , eens vooral, den moed te ontneemen, van na verandering in de Regeering te daan. Geene Staatkunde kan zulk een geweld, op eene draaglijke wijze, vergoelijken : en 't is eene fmette, die den Hollandfchen naam aankleeft. Want, fchoon Sonoi, zo heerschzugtig als wreed, geen Hollander ware, heeft hij de hulp van Landzaaten gehadt in deeze gruwelen : en zij leeren ons , om hier de woorden van Hooft te bezigen: „ Hoe men zich , gelijk voor eerlooze Schelmen, „ alzo voor beveinsde Schalken hoeden moet, die, „ met ijver tot Vaderland en zuiveren Godsdienst „ in den mond, hunner bittere partijdigheid enver„ vloekte zugt, om dank bij de Grooten te begaan, „ zo verre toegeeven , dat zij voor fpel houden,

» de

PniLipg de II. van

Sluiten