Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pfflt.ips

be II. van

Spanje.

1

I

3i« GESCHIEDENIS

en andere ligte Vaartuigen, inftilte; gereed maaken5 bragt in 't Land van Tholen drieduizend Voetknegten, vierhonderd Ruiters en tweehonderd Delvers bijéén : de Ruiters liet hij daar blijven : doch , op Philipsland met de rest overgel'cheept, koos hij daar vijftienhonderd man , om , nevens de Delvers , de Zijpe tot op Duiveland te doorwaaden. Elk hunner hadt een paar Schoenen , een zakje met twee ponden Buskruid, en voor drie dagen Brood en Kaas aan den hals.

Op den achtëntwintigften van Herfstmaand, ts middernagt, wanneer de Maan opkwam, en voorts den geheelen nagt door fcheen, ën het laaglte water, tusfehen vier en vijf uuren, te wagten ftondt , vingen zij den veel gewaagden tocht aan, twee aan twee,

zijd- en halsgeweer omhoog houdende. . Om

deezen overtocht te verhinderen , lag de Zeeuwfche Vloot, veertig groote Schepen fterk, te wederzijden van de Plaat, en zo digt bij dezelve, als de diepte wilde gehengen: eenige kleine Vaartuigen hadt men op 't drooge laaten zitten, om den Vijand nader te zijn. Een groot gefchitter van llraalen fpeelde, juist jp dien tijd, door deLugt (zeerwaarfchijnlijkNoorlerlicht), dit ontdekte hun; doch de ongeftadigheid :n het fchitteren der Luchtftraalen aan 't uitfpanzel jelette hun recht te treffen. De Spanjaarden , oncundig van dit Lugtverfchijnzel , hielden het voor :en wonder, en een teken , dat de Hemel hunne anderneeming met zijn glans begunftigde : zij mog:en het ruim zo wel voor een onheil neemen , dewijl

het

Sluiten