Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 365

waarden, ten aanziene van 's Prinfen gedrag, te befpreeken, als zij best bij hem konden bedingen : en van deeze vrijheid bedienden zich de Steden. Zij wilden zijne Hoogheid wel erkennen voor Stadhouder, doch niet voor Hoofd en Hoogfte Overheid, en zich niet onderwerpen aan het uitgebreid gezag, dien Vorst bij de Unie opgedraagen. ——. De Godsdienst , bij dat Verbond vastgefteld , was de Euangelisch ■ Gereformeerde. De Prins hadt magt ontvangen , om de Overheidsperfooncn te verandereu, Krijgsvolk, zonder tocftemming der Regeering, in de Steden te leggen, Gelden opteneemcn tot eene bepaalde fomme. Tegen dit alles verzekerden zich de Steden door het Verdrag van SatisfaBie. Zij bedongen, dat de Roomfche Godsdienst zou gehandhaafd worden; dat de Prins geen Gouverneur of Krijgsvolk in de Steden zou zenden, buiten hunne bewilliging; dat de Wethouderfchap zou gekoozen worden bij den genen, die daar toe geregtigd was; dat zij ongehouden zouden weezen in de fchulden , door die van

Holland en Zeeland reeds gemaakt (*). Dit

onderfcheid tusfchen Leden van een zelfde Landfchap moest noodwendig verwarring in de regeeringe ver^ oorzaaken. Geen wonder , derhalven , dat men af les aanwendde, om deeze Satisfa&ie den bodem inteflaan, 't geen in Holland wel, doch in de Zeeuwfche Steden niet gelukte (f), Wij zullen , vervolgens.

(*) Hifi. der Sathf. van Goes, bl. 235 enz(|) Zie aldaar, bl. 238, 245. 3°<*-

Philips de II. van Spanje.

Sluiten