Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

370

GESCHIEDENIS

Pfmrps

rail. van Spanje.

Gedrag van Don Jan.

;

]

„ zekering gaven, van zich tot geenenverderenhart„ del met Don Jan te zullen inlaaten , wanneer de „ Spanjaards, ten beftemden tijde , het Land niet „ ruimden, en dat men zelf, naa hun vertrek, Don >, Jan niet tot Landvoogd zou ontvangen , voor dat „ alle Punten, ftrijdig met 's Lands Geregtigheden, „ verbeterd en herfteld zouden weezen (*)." Zodanig een antwoord gaf niet duifter te kennen, dat men wijder ftrekkende oogmerken tegen de Spaanfche Overheerfching in den zin hadt, en voor dezelve vreesde. Een wantrouwen , geregtvaardigd door 't volgende gedrag van Don Jan.

Zijn inneemend voorkomen, zijn welbehaagendgedrag , gevoegd bij een veel goeds beloovend gelaad, te meer behaagende, dewijl het de beeldtenis vertoonde van den nog beminden Carel den V, verwekten, bij zijne intreede te Leuven en te Brusfel, in veeier gemoederen de itreelend!te hoope: doch die dieper de saaken in- en zijnen aart doorzagen, hielden zich /erzekerd, dat zo groot een hoogmoed, als de zijne, ie betoonde meewaarigheid en gemeenzaamheid duur Jenoeg zou aanrekenen. Kon men verwagten , dat tijne jeugd en trots zo veele paaien, als menaanzijïe magt zogt te Hellen, zou verdraagen? Inde Krijgskunde was hij bedreeven ; doch het Staatsbeltuur

vordert andere bekwaamheden. Men zegt, dat

/iglilts, hem ziende, zich deeze woorden lier ontrollen : Is dit dan de Prins, die ons den Vrede moet

aan-

C) Hooft, I. D. bl. 497 enz.

Sluiten