Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Philips de i i van Spanje.

't Vertrek 'Ier Spaan ■

fc'i.e

Knegten.

37a GESCHIEDENIS

verlieten, en voorts de Stad ruimden, deerlt de Her. tog van Aarfchot , tot Burgtvoogd van Antwerpen aangefteld , met de zijnen liet Kafteel intrekkende, deezen Eed: Ik beloof en zweer hij God, de Maagd Maria, en op de vier Euangelien, dit Slot te ontvangen, te bewaar en en te houden ten dienfte der Majefleit van Koning Philips, onzen Heere, en 'i zelve aan niemand over te leveren , dan aan hem , zijne Erven, of'Nazaaten, ten ware bij ander zijn klaar bevel. Esc0 vedo , die hem den Eed afnam , fprak : Indien gij zulks doet, helpe u God en alle zijne Heiligen! 'er deezen vloek bijvoegende , deedt hij anders, de Duivel mogt hem haaien met Lijf en Ziel. Veelen der omftanderen zeiden 'er Amen op.

Niet dan met grooten wederzin , lieten de

Spanjaarden zich beweegen, om de Nederlanden te verlaaten. De vreugd, welke de Landzaaten, op 't vertrek dier gasten, lieten blijken, is onbefchrijflijk. Men zong, juichte, en 't ontbrak niet aan fchimpdichten op hun vertrek (*). Ja met menigte fchaar-

den

(*) Ec!n derzelven, eene letterfpeeling, welke duidelijk toont, hoe zij voor de wederkomst der thans vertrokkenen vreesden, heeft ons Hooft nagelaaten:

Bsetica gens Abiit; Cur ploras Belgica? dicara A quud in O non eft litera verfa, qneror.

't Welk hij dus vertaald:

Se Spanjaards zijn nudooR, wat fchreitgij' Neêrlands zaad?

Ik

Sluiten