Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Philips de li. van Spanje.

\ i ]

> !

<

Zijns

komst in c óe Nederlanden,

f 1

39° GESCHIEDENIS

zulke heilige panden niet in handen te laaten van zulk een Opperhoofd als de Prins van Oranje , het noodig ware, een Prins van den Bloede en goed CathoUjk tot het Landsbeftuur te roepen. In voorüitzigt huwden zij den Aardshertog uit aan eene der Dogteren van Philips den II, die haar de Nederlanden

tot eene Bruidfchat zou afïïaan. Men hadt O-

Ranje , eer hij uit Holland toog, reeds verwittigd van deezen toeleg. Dezelve fmaakte hem in geenen deele. Doch, overweegende , dat Matthias, die nauw twintig jaaren bereikt hadt, een Prins was van sen zwakken en zeer bekrompen geest, geheel onbeheeven in de zaaken van Nederland, dat hij, daarïnboven, den teugel der regeeringe zou houden on« Ier het op- en toevoorzigt eens Raads, beftaande uit le voornaamfteHeeren, dagt hij, des weinig te vreeset) te hebben. Ook voorzag hij, dat deeze gebeurenis eene den Lande heilzaame verdeeldheid zou rerwekken tusfchen de:twee Ooftenrijkfche Huizen, iet Spaanfche en het Duitfche , en een onverzoenlaaren haat ftookeu tusfchen Don Jan en den Alel (*).

Matthias aanvaardde de hem aangebooden waarigheid meer greetig dan voorzigtig. Maar zijne erwaardskomst van dien aart zijnde , dat ze best in ilte gefchiedde, ving hij de reize aan met een kleirï evolg, en trok, als buiten'tweeten zijns Broeders,

den.

CO Bo», XL B. bl. 304. Hooft, LD. bl.537.

Sluiten