Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 391

den Keizer (*), met groote dagreizen , na de Nederlanden. Het oogmerk der geenen, die hem herwaards verzogt hadden, was, zich van zijnperlbon te verzekeren, en in zijn naam te regeeren. Maar de Legerhoofden, aan den Prins van Oranje verknogt, weigerden de hand te leenen in dit bedrijf (f). De Algemeene Staaten, geftoord over de verkiezing eens Landvoogds , waar in men hun niet gekend hadt, zouden Matthias weder te rug gezonden hebben ; dan Oranje , wel begrijpende , dat meer afgunsts op zich te laaden hem te zwaar zou vallen , haalde hun over , om hem te erkennen (§).

Welk een fpijt voor 's Prinfen benijders , te moeten zien, dat deeze verkiezing meer aan hem moest toegefchreeven worden , dan aan hun 1 Zij hadden binnen kort nog grooter onaangenaamheden te verzwelgen. Van vroege tijden af, ftaan de Gentenaars bekend, als voorftanders der Volksregeering en vijanden van den Adel. Het vertrek der Spanjaarden, de verdeeldheden en de regeeringloosheid hadden die oude gevoelens doen boven komen. De Prins van Orrnje , toen aangezien als de Herfteller der Nederland-

(*) Bor, XI.B. bl. 304. Zie ook den Brief, door Keizei Rudoiph aan Don Jan , over 't vertrek zijns Broeders & deeze Landen, gefchreeven, in P. Bondam's Vcrz. vat, Onüitgeg. Stukken, III. D. bl. 296.

(J) Strada , Dec. I. Lib. IX. p. 507. Hooft , I. D

fel. 538- 54°« (S) Hooft, L D. bl. 537*

F5

Philips de II. van Spanje.

Beroerte te Gend.

Sluiten