Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der N E D E R L A N D E N. 597

„ van Namen, gedaan is, bekragtigen. Hijzalgee" ne Vreemdelingen in zijnen dienst mogen neemen. " Die hij reeds heeft, of bij Lastbrieven der Staaten " nog aanneemen mogte, zullen na geene Ampten „ mogen ftaan, noch zich met zaaken van regeer*.

ge bemoeijen. Indien de Aardshertog eemgen

" deezer Voorwaarden overtreedt of krenkt, houden 'l zich de Staaten van alle gehoorzaamheid aan hem

ontflaagen, en bedingen de vrijheid, omdewa" penen tegen hem optevatten, zo hij geweld tegen Z hun gebruiken wilde , eer hij het gekrenkte ver„ beeterd hadt (*)•"

In deeze Voorwaarden zien wij eene fchets van de magt , die de Verèènigde Nederlanden vervolgens kreegen. Door dus het gezag te bepaalen van het Opperhoofd, die den Vorst verbeeldde, hielden zij met de daad de Oppermagt aan zichzelven Matthias nam deeze Voorwaarden, hoe zeer zehembeperkten, en zijne geheele regeering op een losfen voet Helden, met dankërkentenisfe aan : zijne laage ziel kon zich vergenoegen met een Tijtel zonder Magt. In Louwmaand des jaars MDLXXVIII, deedt hij den Landvoogdlijken Eed. Op verzoek der Staaten, dien hij niets durfde weigeren, twijfelde hi, met, den Prins van Oranje tot Stadhouder van Braban l aan. teltellen, en hem teffens re verheffen tot zijnen Steehouder o ver alle de Nederlanden (t> Het is, der

hal

(*) Hooft . I. D- bl. 558. (f) Bor, KIL B. bl. 7. 8.

Philips de II. van Spanje.

Matthias wordt Land voogd.en Oranje zijn Stedehouder,

1578.

Sluiten