Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4iö GESCHIEDENIS

het Lid der Geestlijkheid 't oor leenende, weigerden dien Vrede, ondanks de poogingen van veele Edelen, die voor het omhelzen hemden, mits men eenige Leeraars van de Augsburgfche Belijdenisfe zag te bekomen , die zij voor min onrustig en gevaarlijk hielden, dan de Calvinisten (*). De Staaten van Gelderland weezen desgelijks den Geloofs-vrede van de hand. Maar Jan , Graaf van Nasfau, dien zij tot Stadhouder hadden aangenomen , een ijverig Voorftander der Hervormden, befchikte Leeraars op alle Plaatzen, waar bezetting lag, tot welker gehoor de Ingezetenen werden toegelaaten. Dan, de Staaten in hunne weigering volhardende , namen de Hervormden de toevlugt tot geweld , en maakten zich , met behulp der Soldaaten , meefter van verfcheide Kerken te Gelder, te Wachtendonk, te Venlo an elders. Hunne ftoutheid liep tot het uiterfte, dat sij den Kanfelier en de Leden des Hofs te Arnhem afzetten. De Afgevaardigden uit den Adel en eenige Steden beklaagden zich bij de Algemeene Staaten over deeze fpoorloosheden, en lieten geenzins agterwege aanteduiden, dat de Graaf van Nasfau deeze wanorde willens door de vingeren zag. In gevolge !iier van kreeg hij last, deeze gewelddaadigheden te iluiten. Maar de Oproerigen zelve , verwonderd, hem niet aan hun hoofd te zien , verweeten hem, 'champer , zijne vreesagtigheid , gaven zich aan het pleegen van nieuwe fchennisfen over, en ont-

wel-

(*) Bor, XII. B. bl. 54.

Philips pe II- van Spanje.

Sluiten