Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4i8 GESCHIEDENIS

Philips de II. van Spanje.

den verrigten, en dat de Gereformeerden hunne Dooden zouden mogen begraaven op het Kerkhof der Groote - Kerke. Terwijl de Wethouderfchap over dit ftuk raadpleegde , kreeg deeze tijding , dat een dolzinnige hoop een Beeldenftorm begonnen hadt, en bezig was met in de Groote - Kerk Beelden , Altaaren en Cieraaden te verbrijzelen. Te vergeefsch zogt zij die woede te ftillen : men ging voort, niet ophoudende, voor dat alles was. volbragt. Van de Stad floeg deeze toomlooze ijver over tot het Platte Land. Roofzugt fpeelde hier meer haare rol dan gefteldheid op het bevorderen van den Hervormden Godsdienst: want men dreigde, hetzelfde te beftaan aan de Huizen der Edelen en andere Perfbonen van aanzien. Hoogstwaarfchijnlijk, hadt zichj onder j,de Gereformeerden een deel geboefte vervoegd, 't geen, in troebel water visfehende , onder den dekmantel van Godsdienst, zijne roof- en plunderzugt voldeedt. 't Welk, gelijk wij hier boven aanmerkten , het geval was in de woede tegen Kerken enKloofters, die, in den jaare MDLXVI, gansch Nederland zo zeer getijsterd hadt. Eindelijk kwamen de Predi¬

kanten van Flisfmgen en Feere , met den Predikant van Goes, verzoeken, dat hun de Groote-Kerk, nu van Roomfche Kerkcieraaden gezuiverd , mogt ingeruimd worden, met bijgevoegde bedreiging, dat, indien men zulks weigerde, het evenwel zou geheuren. t Werd ingewilligd (*).

In

(*) Hifi. der Satisf. van Goes, bl. 269 enz.

Sluiten