Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

434 GESCHIEDENIS

Philips de II. van Spanje.

De vervolgingder Hervormdenneem: af.

een geheim te bewaaren, met welks" ontdefckinghaare eer zo zeer gemoeid was. Eindelijk, egter,werd deeze verborgene ergernis aan 't licht gebragt, en de Infteller deezerdevote Orde gelast, Brugge te ruimen: doch hij kwam , naa drie jaaren , weder, en voer met de oude heftigheid, hem eigen, uit tegen deOverheden, de Staaten, de Edelen en, bovenal, tegen de Hervormden. Hij fprak van niets anders dan van bloedftorten, hangen, branden, braaden, villen , verfmooren, leevend in den grond delven, kinddraagende Vrouwen de lijven optefcheuren, de Kinderen daar uit te haaien, en deezen tegen den wand te verpletteren. Zijn ongefnoerde mond doormengde deeze eislijkheden met woorden van walgende vuiligheid : geen Hondsch Philofooph van den ouden tijd evenaarde deezen onhebbelijken Monnik in onbefchaamde taal. Wij zullen 'er ons Tafereel niet mede bekladden (*).

De vervolging, die, onder Requesens, nog verfcheide fchrikbaarende voorbeelden opleverde , verflapte onder Don Jan : hij gaf een Plakaat tegen de Ketters uit, en een Kleermaaker te Mechelen , die ter Preeke was geweest, werd onthalsd op een Vonnis van Schepenen , door Don Jan getekend. Bij den Schout hadden de Buuren deezes eerlijken Mans fterk aangehouden , om zijn ontflag te verwerven, die hun met dit ligtvaatdig antwoord afzette : „ 'Er „ is geen raad voor zo hardnekkig emiKetter , die,

„ noch

(*) Meteren, VIII. B. bl. 140.

Sluiten