Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4*3

GESCHIEDENIS

Philips de 11. van Spanje.

eeniger maanden foldije, Parma aan, het Land te ruimen, en in zekeren tijd tegen den Koning niette dienen. Dan deeze , genoeg verzekerd van het ongenoegen en de tweedragt onder hun, verwierp dien voorhag1, en verweet 9 in een iinaadlijken Brief, hoe zij als fnoode huurlingen, om verfoeilijk loon, zich lieten gebruiken tot ftroopen en moorden van Luiden, die hun nooit misdeeden. Geen geld kunnende bekomen , namen zij een Brief van Vrijgeleide aan , en vertrokken na hun Land. Casimir , uit Engeland komende , met eeretekens vercierd en fchenkadien opgehoopt, verftondt, dat zijne Ruiters deeze Gewesten verlaaten hadden, en begaf zich na Duitschland y zonder den Aardshertog, den Prins, of den Raad van staate te begroeten (*).

Onder begunftiging deezer regeeringloosheid, ftaaien de oude gefchillen, tusfchen de Groningers en Dmmelanders , het hoofd weder op. De laatstgenelden beweerden, dat zij , door het wettig opzegjen des Verbonds, in den jaarc MCCCCLXXXIV. net de eerstgenoemden gemaakt , hunne oude vrijïeid en het regt verkreegen hadden , om Neeringen e doen en Bier te brouwen. De Groningers toonlen zich deswegeus zo zeer gebelgd, dat zij de Ombelander Gemagtigden , in derzelver Herberge , in verzekering namen, waar de Abt van Aduwart, één mnner, eene ziekte fcheepte, die hij nimmer loosde, fiet voldaan met deeze fchennis van het Regt der

Vol-

(') Hooft, II. D. bl. 616. 617.

Gefchillen tusfchen de Groningers en Omme(anders.

Sluiten