Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

454

GESCHIEDENIS

Philips de II. van Spanje.

Bevordering van h zelve.

geen wonder. Deeze aanééngrenzende Gewesten, door hunne ligging bijkans verknogt, konden, veréénigd, elkander dekken. Gelderland, bovenal, moest met Holland en Zeeland verbonden worden, dewijl het eerstgenoemde ten bolwerk der anderen I ftrekte, 't welk, veroverd zijnde, de Vijanden meefter liet van de vier voorn aamfte Rivieren, de Rhijn, Maas , Waal en Tsfel. Derhalven zogt hij , te midden van 't jaar MDLXXV1H , dit Landfchap daar toe te beweegen (*).

Jan van Nasfau, 's Prinfen Broeder, Stadhouder van Gelderland, de Bommelaars , die zich , in den voorigeu Oorlog met de Spanjaarden , reeds van de Gelder/eken afgezonderd , en met de Hollanders en Zeeuwen onder het beftuur van den Prins begeeven hadden, en Jacob Muis , een Hollander , die menigwerf derwaard reisde, wendden daar toe hunne poogingen aan. In Friesland , Overijsfel en U'recht hadt hij anderen, niet min ijverende , om dit tuk tot ftand te brengen (f). 's Prinfen reis na Braband vertraagde het werk : en hij fcheen het te lebben laaten fteeken. Het gezag, 't welk hij, midielerwijl, verkreeg in alle de Nederlanden , opende lem eene veel- uitgeftrekter loopbaane , en de Algeneeue Staaten konden met geen goed oog aanzien :ene Verbintenis, (trekkende om de Gendfche Bevrediging, I

(*) P. Paulus Ferkl. der Unie van Utrecht, I. D. bl. £. (t) ?ie aldaar, bl. 7.

Sluiten