Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

476

GESCHIEDENIS

Philips de II. van

Spanje.

1

1 i 1 1 I \ t ( 1 i e ii

v «

niet éénpaarigheid gefchieden. De véréénigde Gewesten hebben de regten der Oppermogenheid aan de Vergadering der Algemeene Staaten , noch aan eenige anderen afgedaan, maar aan zich behouden, elk in 't zijne, zodanig en tot zulke einden te befchikken , als zij goed en oirbaarst vinden : terwijl 'er ioor de Algemeene Staaten niets mag beraamd worien, zonder uitdruklijken last der bijzondere Staatseden,' en niets, de geheele Unie raakende, beflooen, dan met toeftemming van hun , die in de Unie icgreepen zijn. De Algemeene Staaten , beftaande rit Afgevaardigden der Zeven Oppermagtige en ïauwverbondene Landfcliappen, doen de zaaken van veinig belang , en zulken, die geen uitftel lijden ;unnen , af, zonder daar toe bijzonderen last te believen; doch, in alle anderen, moeten zij het overdrijven aan hunne Lastgevers , en derzelver antwoord afwagten. Het uiterlijk vertoon der Opperïogenheid moge van hun afdraaien , het weezenlijk Ippergezag berust bij de bijzondere Staaten. Vee: Buitenlanders niet alleen , maar ook Ingezetenen, ebben zich hier van een verkeerd begrip gevormd, n de Oppermagt over de Veréénigde Nederlanden i dit aanzienlijk Lichaam geplaatst (*). Dan , niettegendaande de Unie van Utrecht de 'eezenlijke grondflag is , waar op Nederlands Geeenebest deunt, kan dezelve niet aangemerkt worden

(*) '/ Nut der Stadh. Regeering, bl. QI p8. Te-

nw. Staat, XI. D. bl. 242.

Sluiten