Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLAND EN. 477

den als eene Grondwet, even gefchikt voor de rijden, welken wij thans beleeven, als ze was voorde dagen, waar in ze gemaakt was. Nimmer hebben de verftandige Opftellers kunnen voorzien, dat deeze Unie ten grondfteun ftrekken zou eens Gemeenebests, als ons tegenwoordige. Zij lagen den grond, zonder dat zij dagten aan 't Gebouw, dat'er eens op ftaan zou. Zij timmerden een Gemeenebest, terwijl zij zich van vermeetelheid zouden befchuldigd hebben , indien zij zich verbeeld hadden , Stigters te zijn, ook toen zij het in de daad waren. Indien men 'er eenige punten uitnam , die alleen op den voorigen tijd zien , en anderen fchikte naar de tegenwoordige gefteldheid van zaaken, zou de Unie misfchien nog heden de beste Grondwet zijn , die men

voor een Gemeenebest zou kunnen maaken (*)

De Opftellers hadden, intusfehen, de voorzigtigheid, om van de rechten der Oppermogenheid niets te reppen. Zij wagtten eene gunftiger gelegenheid af, om Philips openlijk aftezweeren. Doch toonden , met de daad, hem niet langer te erkennen , daer zij zijne Domeinen aanfloegen, om te ftrekken ter gemeene verdeediging (f). Ook hadden Graaf Jan van JSfasfau, met JacobTassin en Nicolaas Bruininx, in den jaare MDLXXV1II , door den Prins van O-

ran-

('•') P. Paulus Verkl. der Unie, I. D. bl. 26. III. D bl. 261.

(J) Zie Art. V. der Unie, en P. Paulus Ferkl. derU „ie, I. D. bl. 207.

Philips de II. van Spanje.

Sluiten