Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Der NEDERLANDEN, 479

zij zelfs alléén het onderwind van de zaaken wil„ len aanvaarden (*)•" 't Schijnt, dat men , tot naa het vertrek van Leic ester , meende , dat het Land zonder eene Heerlijke Regeering niet beftaan kon: eene dooling zeker, gelijk de ondervinding geleeraard heeft; doch eene dooling, waar toe zij natuurlijk moeften vervallen , uit hoofde , dat men 3 naar de gefteldheid van elk Landfchap , altoos Hertogen , üraaven , Bisfchoppen of Heeren vondt. Doch uit Leicester geleerd hebbende, wat een vreemdeling vermogt , leerden zij te gelijk , langs welke wegen een ingeboren Heer, indien hij zijn Oppergezag misbruiken wilde , de Regeering kon ontrusten, de Landfctiappen verdeelen , tot dat einde den Godsdienst in t fpel brengen, en, meefter zijnde van het Krijgsbeftuur, alles gemaklijk naar zijn hand zetten. Deeze bedenkingen , en dat zulk een Vorst, 's Volks aarten 's Lands gefteltenis beter kennende , op veel wisfer voet zou kunnen te werk gaan, maakten veelen afkeerig van allen éénhoofdig Oppergezag, en fcherpten de vernuften op eene foort van Staatsregeering, waar van men, voorheen, flegts eenige flauwe trekken befpeurdhadt(*).

Wij zullen ons niet inlaaten tot verdere Aanmerkingen over deeze Unie van Utrecht, ons Plan zou geen meer plaats toelaaten , dan tot eene zeer verkorte , en daar door misfchien te gebrekkige, opgave

vat

(*) Hifi. der Satisf. van Goes. bl. 239.

(t) P. Paulus FerkL der Unie, I. D. bl, H9'

HL Deel. a. St. M

Philips qe 11. van Spanje.

1

Sluiten