Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 4*5

„ éèniging en des Eeuwigen Gebods, mits men bleeve bij 't Roomfcke Geloof, en de voorige gehoor-

„ zaamheid aan den Koning. Wijders , dat

„ men, binnen zes weeken, naa 't vertrek van het „ uitheemsch Krijgsvolk, 't welk binnen zes weeken „ zou moeten geleideden, een Leger van Landzaa„ ten zouopregten, tot verdeediging van dit Ver„ drag, te betaalen uit '3 Konings inkomften : waar „ toe de Landen, die zich wederom onder zijne ge„ hoorzaamheid begaaven, zouden moeten draagen. „ De aanltelling eens Landvoogds zou aan den Ko„ ning ftaan, en 't Opperbewind, intusfehen , blij„ ven in handen van den Prins van Parma (*)."

In deezervoege meenden die ongeftaadïgen hunner afval te wettigen, en zich der flaavernije te onttrekken. De Algemeene Staaten lieten zich door deezei tegenwind niet over ftag werpen , maar betoondei mannenmoed in 't voortzetten van 't begonnen werk La Motte werd , bij openbaaren Plakaate, vooree Muiteling en een Verraader verklaard (t> Een ge deelte zijns Volks bij Duinkerken kreeg eene bloed: ge nederlaage, door de dapperheid des Heeren va la Noue, thans der Staaten beste Legerhoofd (§; De Graaf van Bossu was, den eenentwintigden va Wintermaand des voorgaanden jaar* , overleder

E

C) Bor, XIII. B. bl. 136. (t) Zie aldaar, bl. JO.

(§) Strada , Dee. II. Lib. I. p. io. Box , XIII. ] bl. 92.

M 4

Philips de II. van Spanje.

Bedingen der Bond. genoo-

I ten. i

1 1

ii Dood van Bossu.

e ï.

Sluiten