Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

486

GESCHIEDENIS

Phfmps dé II, van Spanje.

Krijgsverrigtinzen van, Parma.

Maastrichtbelegerd en verraeefterd.

De Spaanschgezinden beweerden, dat vergif het ein: de van dien Man bewerkt hadt, en men beiigtteden Prins van Oranje met deeze euveldaad (*). Dan zulk een fchendig fuik, uitgeftrooid, om den Vorst haatlijk te maaken , ftrookte noch met zijn charadter, noch met zijn belang. Ilij wilde, zeggen die Lasteraars, zijn' Aanhang ftijven , door de bedieningen deezes Graafs aan een ander optedraagen. Deeze verkeerden en bitteren van harte, anderen naar zich zeiven bcöordeelende, dagten, buiten twijffel, dat zulk een misdrijf zo gemaklijk viel uittevoeren als te verzinnen.

Het vertrek der Franfche en Duitfche Knegten, de traagheid van de handelingen der Staatfchen , de verdeeldheid en de inlandfche onlusten gaven den Prins van Parma fchoon fpe'. Hij vertoonde zich, in Lentemaand, met een gedeelte zijns Legers, voor Antwerpen , overviel drieduizend Staatfchen , en dreef ze tot onder de Vesten dier Stad, waareen heftig gevcgt voorviel (f). Dezelve werd meteen

beleg gedreigd , en de Bonelgenooten maakten zich tot tegenweer gereed, wanneer Faeneze van Antwerpen het oog afwendde , en Maaftricht berende. Het toeven , door de onéénigheid der Staaten veroorzaakt , belette den Heer van Noue , Overften

dier

("O Bor, XIII. K. bl. 84. Strada , Dcc. II. Lib. I P- 37-

(O Bor, XIII. B. bl. 02. Strada, Dec. II. Lib. I. p. ps.

Sluiten