Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vm NEDERLANDEN. 547

val van Rennenberg toebragt aan de verbittering der Proteftanten tegen de Roomschgezinden. Terwijl zij een Prins , die de laatstgemelde Behjde. nis omhelsde, tot Vorst in den Lande riepen, zogüen zij van alle kanten de Roomfche Godsdienstoefening uitterooijen. Hier toe veréénigden zij hunne poogingen; doch onderling waren zij niets minder dan verdraagzaam. Te Woerden beftondt een Luthersch Leeraar, Joan Zaaligher , de Calvim/c-fe«fmaadlijkdoorteftrijken, hun, op ftoel, meermaalen fcheldende voor onrustige Geeften en Eedbreekers , die zich de hooglte magt aanmaatigden. De Roomsch- en Doopsgezinden noemde hij met geen zaKter naamen dan van Verleiders en Zielenrnoorders Hij befchuldigde den Prins van Oranje van het krenken der Stads Voorregten , dat hij de Wet veranderd, en eenige valfche Christenen (zo heette hij de Calvinifchen-) daar in gevoerd hadt. Dren oproerigen Leeraar werd, met zijnen Amptgenoot Vredelandt, de Stad ontzegd , en de Hervormde Leer kreeg de overhand van de Lutherfche, die, tot dus lang, daar alleen openlijk geoefend was (*).

Tusfchen Pieter Pieterszoon en KasperKoolhaas , te Leiden, rees een heftig gefchil, voornaamhik het gezag der Overheid in Kerklijke zaaken betreffende. De Wethouderfchap der Stad was 'er in gemengd: de Staaten van Holland ftaaken zich in dien twist. De Predikftoelen daverden van 't geen

'pi

( ') IIOOFBT, II.D.W. 696.

Q 3

PHiLirs de II. van Spanje.

Veranderingen in den Godsdienst.

Sluiten