Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DEfc NEDERLANDEN. 557

den Hertoglijken Mantel om, en zette hem den Hertogl.jkenHoedop. Met onbefchrijflijk veel gejuichs werdt bij voor Hertog van Braband uitgeroepen, en tot Markgraaf des Heiligen Roomfchen Rijks gehuldigd (*). Eenige Gewesten volgden dit fpoor, in de eerfte vervoering van blijdfchsp over de aankomst deezes Landheer*. De Afgevaardigden van Gelderland, hoewel zij te vooren in den handel met hem niet hadden willen treeden , deeden hem hier hulde, hem tot Hertog van Gelder en Graave van Zutphen aanneemende. Wat laater erkenden de Groninger Ommelanden hem voor hunnen Heer (f). 't Leedt tot Oogstmaand, eer hij tot Graave ^Vlaanderen werd gehuldigd. Doch den tijtel vanditGraaffchap hadt hij , benevens dien van Hertog van Lotharingen , Braband, Limburg en Gelder , van Graave van Holland, Zeeland en Zutphen, van Markgraave des Heiligen Rijks , en van Heer van Friesland en Mechelen veel vroeger aangenomen (§)•

Nogthans hadden de Gemagtigden van Holland, Zeeland en Utrecht, fchoon kort naa 's Hertogs aankomst te Antwerpen , fterk aangezogt tot het doen van hulde, deeze niet afgelegd, verklaarende , daai toe van hunne Meefteren niet gelast te zijn. D( oorfprong deezer vreemde weigeringe , onder welkt eendiep Staatsgeheim fchool, verdienthoogeropge

haald

(*) Hoofdt, II. D. Ut 805 - 807.

(t) Zie aldaar, UI. 8io.

Crsot Plakaatb. II. D.Kd.43.

Willem

de I.

Holland, Zeeland en Utrechtdoen hem geen hul: ; de.

Sluiten