Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem de I.

560 GESCHIEDENIS

nen wilde van 't gezag, hem, in'tjaar MDLXXVI^ als Hooge Overheid, opgedraagen : met bijvoeging, dat hij, niet flegts geduurende den Oorlog, maar altoos daar mede bekleed zou zijn ; als mede , dat hij de Gereformeerde Euangelifche Religie alleen zou hebben te handhaaven , zonder , nogthang, te dulden , dat 'er onderzoek gedaan wierd op iemands Geloof: ook zou men, voortaan, alleen den Prinfe hebben te zweeren, daar, onlangs,wasvastgefteld, dat de nieuwe Eed aan den Prins en aan de Staaten

zou moeten gefchieden (*). Doch , wanneer

het aankwam op het uitvoeren van het beraamde Plan, bragten niet weinig Leden zwaarigheden in 't midden. Gouda wilde eerst verflag doen ; Schiedam oordeelde, dat men geene verandering van Heere of Eed behoorde te maaken ; Amfterdam zelve bewilligde niet, dan onder beding , dat Zeeland en Utrecht, als mede Gouda en Schiedam, in den nieuwen Eed Hemden (f), en, vervolgens, gedrongen, om zich met de meerderheid te voegen , 1'prak zij, om het Buk "met de Hoofden der Gilden en der Schutterijen in beraad te willen leggen (§).

Zints de gereezene onlusten, hadden deeze Broederfchappen in Holland den invloed , door eigendunklijke magt, hun lang ontnomen , herkreegen.

In

(*) Refol. Holl. 1580. bl. 229. 1581. bl.60.73.; Bor Auth. Stukken, IL D. bl. 27. (+) Refol. Holl. 1581. bl. 125. > (§) Zie aldaar, bl. 280.

Sluiten