Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 5<*5

Eer deeze Eed door Holland en Zeeland werd afgelegd , had: men de Gemagtigden dier Gewesten, zo wel als die van Utrecht, fterk, dochvergeefsch, aangezet, om Anjou te huldigen , die terTens zich niet vaardig toonde het vereischte Renverfaal den Prinfe te behandigen , doch het een en ander bragt veel toe aan den zorglijken ftaat , waar in zich Obanje bevondt, door een' bijkans gelukten toeleg op zijn leeven, welke hem denLandzaatendierbaarder maakte , en de oude liefde, die fcheen te bekoelen, op nieuw ontvonkte Niettegenftaan-

de de voorzorgen, doorhem gebruikt, om de Onderhandelingen, de verdeeling der Regeeringe betreffende, geheim te houden, waren zij uitgelekt. Dit fmaakte in geenen deele, Geen genoegen gaf het, zich aan een Fransch Forst onderworpen te zien. Zij konden de oude vijandlijkheden en langduurige oorlogen, tusfchen hun en de Franfchen , niet vergeeten. Zij vreesden een Volk , 't geen , door de wispeltuurigheid en driftigheid van aart, op 't minfte ongenoegen , 't geen zo ligt in den tegenwoordigen Haat der dingen kon ontftaan T zich zou wreeken. De Onroomfchen dugtten voor hunnen Godsdienst: niet zonder kwellend hartzeer hadden zij vernomen , dat de Roomfchen , door toedoen van Anjou, te Antwerpen eene Kerk gekreegen hadden. De Prins van Oranje , zeiden zij , heefi zichzelven niet vergeeten , maar de fterk fte en rijk-

fte Landfchappen behouden, en den Hertog hiei R 4 **>

Willem de 1.

Gedagte;i der Landzaatefiover Anjou en Oranje.

Sluiten