Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

57*

GESCHIEDENIS

Willem de I.

wantrouwde den Man niet, die hem aanboodt, een braaf Regiment Knegten te werven. De Prins van Oranje kreeg een kwaad vermoeden op dien valfchen Munter, deedt onderzoek, en ontdekte, dat hij verftand gehouden hadt met Parma. Hij liet hem in ftilte vatten , en nevens hem Basa , een zijner Makkeren. Deeze beleedt , gepijnigd zijnde , dat zij van Parma aangenomen hadden, den Hertog en den Prins van kant te helpen. Salseda loochende, iets tegen den Hertog te hebben voorgenomen; doch erkende zijn toeleg, om Kamerijk en Duinkerken den Spanjaarden overteleveren , en alles , wat 'er omging, overtebrieven aan die van Guize , die 'er den Prins van Parma , en , door deezen , den Koning van Spanje van verwittigen zouden. Daarenboven ontdekte hij eene fchriklijke zamenzweering tusfchen Philips, deGuizEN, en eenige voornaame Heeren, in Frankrijk, gefmeed, om Hendrik den III. van de Kroon te herooven. De Koning, hier van verflendigd , deedt Salseda haaien. En, nietlegenBaande hij zijne bekentenis herriep, veroordeelde het Parlement van Parijs hem , om door vier Paarden vanéén gefcheurd te worden. Basa hadt,in de gevangenis, zichzelven te kort gedaan; men hing hem aan de galg op , met een gefchrift aan de beenen, inhoudende, dat hij,op last van Parma,voornemens geweest was , zijne Hoogheid en den Prins van Oranje het leeven te beneemen (*).

Een

(*) Hoofdt, II. D.bl. 813.

Sluiten