Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

574 GESCHIEDENIS

Legers zeer dunden, was het niet mogelijk iets té önderneemen, 't geen fpoed en kfagt vorderde. Bij de monftering , in Herfstmaand , bleek het Leger van Parma te beBaan uit zesënvijftigduizend vijfhonderd en vijftig Voetknegten , en drieduizend vijfhonderd zevenendertig Ruiters ; 't zelve kostte den Koning , 's maandlijks , veertigduizend , driehonderd zesenvijftig Guldens , boven twaalfduizend Guldens, in dien zelfden korten tijd gefpild aan Onderhoudelingen, die 't Hof of 't Heir volgden , en boven de kosten van 't gefchut met zijnen fleep , voorts van Delvers en andere nooddruft , die men op een derde gedeelte der foldije rekent. De Koningsgezinde Landfchappen konden , bij lange na , deeze Krijgskosten niet goedmaaken. Philips zondt, 's jaarlijks, uit Spanje, twee millioenen Guldens (*). De Nederlanden waren een verflindende draaikolk geworden , welke alle de fchatten, door de Spaanfche gierigheid , uit America gehaald , in.zwolg. Deeze rijkdommen vloeiden, dooreenen natuurlijken loop, na die Plaatzen, waar de Koophandel Berk gedreeven werd (f). De Zeefieden , bovenal in Flolland en Zeeland, Landfchappen, in rust gezeten, terwijl het vuur des Oorlogs In de nabuurige Gewesten opblaakte , hadden hier van een groot aandeel. Een Volk , dat in

een

(*) Grotii Anal. p. 76. Hooft, II. D. bl. 832. (t) Rober.tson Gefchied, van America , IV. D. W< 234- *37«

Willem de I.

Sluiten