Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

her. NEDERLANDEN. 575

een vreemd Land oorlog voert, verfchaft fijnen Vijanden middelen tegen zichzelven. Daarenboven greep 'er een groot gebrek plaats in 't belleden des gelds : met veel begon men weinig te doen. Men wil, dat, van tien Dukaaten, uit Spanje gezonden, 'er, doorgaans, zeven aan de vingeren van verfcheide Bedienden hangen bleeven : drie werden 'er betaald aan de Soldaaten : doch de monteringen gefchiedden zo agtloos , dat één Soldaat de bezolding van vier trok. ,

De Hertog van Anjou ontving eene aanzienlijke verfterking van Franfchen en Zwitzers , Voet- en Paardenvolk, onder den Hertog van Montpensiek: begeleid door den Maarfchalk van Biron. Noodig was hem deeze : vermids de ziekte , in zijn Legei niet min dan in het vijandlijke woedende , veelVolki weggerukt hadt. Zo groot was de armoede onde: zijn Volk , dat het fchandelijk brood ging bedelen Om dit te voorkomen, en de foldij ter betaaling de nieuw aangekomene Krijgsbenden te vinden , be werkte de Hertog bij de Algemeene Staaten, te^«< werpen vergaderd, dat ze hem veertig tonnen fchats in Bede van vierentwintig, 's jaars, beloofden, en daarenboven, hoewel ongaarne , zeshonderdduizen Guldens, in vier gelijke deelen optebrengen, in Gra: maand , Bloeimaand , Zomermaand en Hooimaan des volgenden jaars (*>

Met deeze hulpe gellijfd, kon hij, eenigzins, de

Oo

(*) I-Ioofdt, II. D. bl. 834. 835» ILLD<2.St< S,

WiukM

1)2 1.

Magt de Staat-

fchem

t

•> i

i

d

n

Sluiten