Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

602 GESCHIEDENIS

Willem

ce I.

Ra?dpleegingen over 't opdiaagen der Graaflijkheid aan Willem L

] i )

1 i

2CO.

CS) Holl. 1582. bl isi. 1583. bi, 3.

zo lang voor de Vrijheid geftreeden hebbende , zich in eene nieuwe dienstbaarheid willen werpen : voor 't overige waren de ontworpen Voorwaarden overeenkomftjg met die der Staaten ven Holland («).

Deeze hadden reeds, zints lange, aan dit ge wigtig Buk gearbeid, daar over de Staaten van Zeeland, in den jaare MDLXXX1I, belchreeven, die niet opdaagden; en, fchoon zij, naderhand, die van Zeeland, met die van Utrecht, op herhaalde aanzoeken , weigerig vonden , hadden zij den Prins de Graaflijkheid , Hoogheid en Heerlijkheid van Holland, Zeeland en Friesland opgedraagen, onderden tijtel van eigenlijken Graaf en Heer. Zijne Hoogheid aanvaardde deeze Waardigheid bij eenen Brief lil Brugge, gedagtekend den veertienden van Oogst- ' naand des jaars MDLXXXII (ff).

Veel, nogthans, flondt 'er te doen, eer dit werk sijn volkomen beflag kreeg. De Acte der Opdragt noest bezegeld en den Prins overgeleverd worden; le Voorwaarden , bij zijne Inhuldiging te bezweeen, waren nog niet opgefteld en goedgekeurd : dit lies ontbrak, behalven de Inhuldiging zelve. Men iieldt hier over, in fiilte, onderhandelingen metzijie Hoogheid (§). Doch de zaak werd fieepende ehouden , tot Anjou den roekloozen aanflag op

Zint-

(*) Hoofdt, ir. D. bl. 870.

(t) Refol. Holl. 1582. bl. 285. 327. Bon, XV. B. bl.

Sluiten