Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6o« GESCHIEDENIS

Wlt.lem

tK I.

door zijne Hoogheid bij vreemde Mogenheden verworven, die hij voor de Landen zou kunnen verwerven. Doch Deenemarken hadt, zintsdeLanden onder het gebied van den Prins geweest waren , de Tollen in de Zont merkelijk verhoogd. Het aanneemen van zijne Doorlugtigheid tot Graaf kwam niet wel te ftrooken met het eerlte Lid der Utrechtfche Verèèniginge , waar bij men beloofde , onderling verbonden te zullen blijven. Zeeland zou den Handel op Spanje na zich trekken, indien Holland afzonderlijk den Prins de Graaflijke Waardigheid opdroeg. Het Buk ftondt ook der Burgerije tegen, die hem de Steden nimmer zouden geopend hebben , zo hij, in den aanvang desOorlogs, verklaard hadt, dat hij Erfheer der Landen dagt te worden. Te lang hadt de Gemeente daar ter Stede reeds onder eenen anderen Eed geftaan , dan de Regeering : en men moest niet denken, haar ligtlijk tot den nieuwen Eed te zullen kunnen dwingen, alzo men de opkomst der goede zaake aan haar verfchuldigd was (*).■' — Hij voerde niet vergeefsch het woord. 'Er werd beflooten, dat men een fchrift van de ontworpen Voorwaarden zou verzoeken, om te zien , of 'er ook iets ten nadeele van de Stads Voorregten in gefield ware ; doch dat men ze noch goedkeuren noch tekenen zou, voor men berigt ontving, dat Zeelandzoverre gekomen was als Holland: waar naa men den Raad

zou

(*) Bor Auth. Stuik. II. D. bl. 56.

Sluiten