Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 613

Jefuit te Trier hem aangemoedigd hadt, en hij in dit opzet kragtig verfterkt was door een Minderbroeder te Doornik; dat de Prins vzxrParma, omonbehaald te weezcn , hem gezonden hadt tot den Raadsheer Assonvilxe , die het fterk aanraadde : 'er bijvoegende j geene knaaging altoos te gevoelen over dit bedrijf , hi dienst des Konings volvoerd , en (trekkende, om hem, in den'hemel, de Martelkroon te

bezorgen. Zijn Vonnis luidde, dat zijn rechte

hand tusfchen een gloeijend ijzer zou gefchroeid, en 't vleesch, voorts, met gloeijende tangen , ten lijve afgeneepen worden. Van onderen op zou men zijn lichaam leevend vierendeelen, 't hart 'er uitnaaien, en hem in 't aangezigt werpen. Verder zouden de deelen zijns lichaams ten fchouwfpiegel op de 0penbaare plaatzen der Stad gefteld worden. Hoewel hij, op 't hooren van dit Vonnis , zeer ontzette, en het uur vervloekte, waar op hij eerst te Dole den Pleithandel leerde , welke hem in kennis det Grooten, en dus in deeze ongelegenheid , gebragt hadt, ftondt hij de ftraffe, hoe fchriklijk , met veel hardvogtigheids uit. De Ro omfche Geestlijkheid verhief zijne ftandvasügheid hemelhoog : en zij zong, te ys Hertogenbosch, het Te Deum over 's Prinfen dood, Dan veele Spaanfchen verfoeiden deezen moord als eene fchandvlek, die en de aanraaders en de uitvoerders onteerde: en werd het verbooden des openbaare vreugdebetooningen aanteregten (*).

AHe

(*) Hoofdt, II. D. bl. 002 enz:

y 4

Willem bk I.

Sluiten