Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6n GESCHIEDENIS

Willem

de I.

Gelukkige Maat van Holland en Zeeland.

Gefchil over den rang, bij 's Prinfen Begraafnisfe.

aan dat des Vaderlands opofferende: de verdeediging daar van lieten zij over aan gehuurde Krijgsbenden en Vreemdelingen: tot vergrooting der kwaaie, weigerde men overal de noodige onderftandgelden , het een voorregt der Vrijheid waanende, geene belasting optebrengen.

Holland en Zeeland betoonden' fteeds grooten wederzin in het verfchaffen van Geld , 't geen niet onmiddelijk ter hunner verdeediging ftrekte, en konden zich niet wel fchikken, om één lichaam met de andere Landfchappen uittemaaken. Te midden deezer onlusten, zagen deeze beide Gewesten , verdeedigd door hunne ligging, en gelukkig gedekt door de omliggende Landen, den Koophandel in hunne geruste Rivieren met voordeel drijven. De vaart op Spanje was zelfs niet afgebrooken. De Staaten hadden dien Handel wel verbooden, doch de Kooplieden vonden middel, om dit verbod kragtloos te maaken, door zich van vercierde naamen of vreemde Schepen te bedienen (*).

Ter gelegenheid van Oranje's begraafnisfe, ontfiondt 'er een gefchil over den rang , waar van wij niet zouden reppen , hadt een misverftand van dit geval geene oorzaak gegeeven , om 'er een bewijs uit te ontleenen , dat de Souverainiteit over alle de Gewesten berustte in de Vergadering der Algemeene Staaten, of bij de gezamenlijke Bondgenooten. 'tGefchil rees alleen tusfchen de Algemeene Staaten en

de

(*) Bor; XVI. B. bl, 17, Refol, Holl, 1581- W» !*.

Sluiten