Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. N E DE RL AND E N. <J»3

de Leden van den Raad des Printen. Deeze laatften, gewoon te deelen in den luider des volftrekten beftuurs, voor den tijd des Oorlogs den Vorst opgedraagen, en genegen, om 't zelve voor altoos te verkrijgen, meenden , den voorrang te moeten hebben van de eerften , die zich deezen toeeigenden, als verbeeldende de Souvereine Staaten van de Veréénigde Landfchappen : zij wilden dien ook hebben van de Staaten van Holland ; niet, om dat zij eenigen eisch maakten op de Souvereiniteit der onder' fcheidene Landfchappen, maar om dat het eene wel voeglijkheid was , en men nog geen voorbeeld vai het tegendeel gezien hadt. De Staaten van Hollant gaven toe, en den rang zelve aan die van Vlaande ren : een duidelijk bewijs , dat zij het alleen voo

eene pligtpleeging aanzagen (♦). De Edelei

en eenige Steden wilden , uit aanmerking van 't ge handelde met den Prinfe , treeden in den voorflag om, bij zijne uitvaart , zich van de Wapenen de Graaffchaps van Holland te bedienen ; doch Dot drecht, Amfterdam, Gouda en Alkmaar konden'e niet toe verftaan (t). In 't vervolg van tijd, hebbe de bijzondere Staaten htm Regt van Oppermogei heid meer doen gelden : en zijn zommigen zo ver: gegaan, dat zij den dood van Willem den I. aa

merkti

1 (*) Oldenlarnevelds Eer verdeedrgd , bl. 44. V*r> der Unie van Utrecht, III. D. bh 7.0. en 1V' D' bl' enz.

(t) Refol. IkU. 15S4. b:. 234. UI. Deel 2. St. X

Willem db I.

t f

t

>

s

r n 1■e1:n

:■/.

Sluiten