Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 627

„ gemeene Schooien der Landtaale te agten. Het „ rijmen alleen niet, maar ook de opbouw der Spraa3, ke, was haar werk." Hier floegen zij de hand aan, en hunne Nederduitfche Letterkonst, alsmede een, in rijm vervat, Kort begrip des Redenkaveling!, door den ftraksgemelden Spiegel ontworpen , en greetig ontvangen , ftrekken 'er nog ten blijke van (*).

Alle Kamers volgden, egter, dat loflijk voctfpoor niet : eu , fchoon de Hervorming, nu haar befiag hebbende , den Redenrijkeren veel ftofs tot gispen ontnam, bleeven zij in hunne Klugten nog fchempen op de Roomfche Geestlijkheid. Een ftuk van Lourens Jansz. , Factor der Kamer de Wijngaardranken, te Haarlem, getijteld: Cluyt van onfen lieven Heers Minnevaar , in den jaare MDLXXXII1. ten voorfchijn gebragt, kan 'er van ten bewijze dienen (f> Dergelijke Spelen , hoe volkbehaagendtoen de Hervorming eerst opgang begon te krijgen, vonden langs hoe minder fmaaks : men zogt na an

deti

(*) Zie W. Kops Schets -eener Cefchiedenis der Reden rijkeren , II. D- der Werken van de Maatfchappij de Nederland fche Letterkunde te Leyden, bl. 266. Hoe ge ring, ondertusfcbeu , hunne vordering in de Dicbtkun; •was, toont ons de Heer P. H. Bakker, in zijneBefchou wing van den oudèn gebreklijken, en zedert verbeterde trant, onzer Nederduitfche Verzen. Werken der Maa fchappije, V. D. bl. 87 enz.

(f) W.-Kops ia de bovengemelde Schets, bl. 271. X 3

Wille»

de i.

i »

Sluiten