Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

GESCHIEDENIS

v Maurits.

HoH'NLO

tot Veldheer aangefteld.

Verlegenheid der Bondgenooten.

ten van Holland en Graaf Maurits den Eed gedaan. De Graaf van Hohenlo, met den dood van Willem den I, van zijn Ampt, als Luitenant-Generaal ,ontflaagen, vroeg, bij eenen Brief, onder welken naam hij voorts over het Krijgsvolk zou gebieden ? Hij kreeg de waardigheid van Ovtrfte Veldheer of Luitenant - Generaal onder Graaf Maurits en den Raad van Staate. Het Krijgsvolk zou den Eed van Getrouwheid aan die van de Regeering, en die van Gehoorzaamheid aan den Graave van Hohenlo afleggen. Hohenlo, een zo belangloos alsonverfchrokken Oorlogsheld , en dien 't alleen aan wat meer voorzigtigheids ontbrak , om een volmaakt Veldheer te zijn, vergenoegde zich met den tijtel en de hem toegelegde wedde van ten hoogften tweeduizend Guldens 's maands. Hij verrrok na Zeeland , en van daar na Bergen op Zoom, hoedde deeze Stad uit het gevaar van aan Parma verraaden te worden, en dagt al zijne magt aantewenden tot verloting van Antwerpen (*).

Maar het meefterlijk krijgsbeleid, in 't beleg van deeze Stad gehouden, het bijkans geheel verlies van Vlaanderen en Braband , joeg den Bondgenooten fchrik in 't harte, 't Gemis van heerfchende agtbaarheid , de ongebondenheid der liegt betaalde Krijgsbenden, het tegenhorten der partijfchappen, de ltreeken van Farneze , die , de ketens der flaavernij verguldende , veelen tot zich trok , maakte

hun

00 HopFor, II. D. bl. 950.

Sluiten