Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Der NEDERLANDEN. ïj

voorüitteloopen. Holland en Zeeland verzogten eerst den bijzonderen last des Heeren Pruneaux, voor hun medegegeeven , te verftaan. — Hij draalde niet met hun te ontvouwen, dat de Koning, zijn Meefter, in Holland en Zeeland, even als inde andere Landfchappen, niet alleen als Befchermheer , maar als Oppervorst wilde erkend worden. DeEde^ len betuigden , zedert den aanvang der onlusten, geen gewigtiger en tederer punt ter overweeginge gehad te hebben. Men befloot daarom allen , dia van Adel waren , zelfs de jonger Zoonen, op dit punt tesbefehrijven; de Gemagtigden der;Steden zouden het befluit hunner Vroedfchappen inbrengen, en het gevoelen van den Hoogen Raad , van den Hove vna Holland, als mede van de Graaflijkheids Rekenkamer, zou op dit

aangelegen ftuk worden ingenomen. Pruneaux

zogt zich den tijd deezes uitftels ten nutte te maaken , trok van Gewest tot Gewest, en van Stad tot Stad: waar hij kwam , fchilderde hij, met de fchoonüe trekken, den ijver van den Koning, zijn Meeftery voor de Nederlanden, en zogt de Regenten door de vleiendfte beweegredenen tot zich te trekken; Maar zijn al te ftreelend voorkomen mishaagde een eenvoudig , en door zugt voor Vrijheid agterdenkend Volk. Eenigen oordeelen zelfs , dat dit alles fpel, en de Koning min op de Oppermagt gefteld was,dart op het beletten, dat dezelve aan Engeland mtxd opgedraagen (").•

(*) Hoofdt, II. D. bl, oao enzi

/F, Deeh %

MaUrït&

Sluiten