Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dsr NEDERLANDER ij

mede fchroom. Dit Rijk, verfterkt door Gewesten, zo vermogend, zo wonder wel gelegen tot den Koophandel en Zeevaart, zou, ten eenigen tijde, Engeland, zijn ouden Mededinger, kunnen doen beeven.' In deeze verlegenheid , zogt zij, zo zeer als immer, haare Staatkunde naar de toedragt der zaaken en de voorkomende gelegenheden te plooijen (*).

De Bondgenooten waren niet onkundig van haare inzigten. Eenigen in Holland fcheenen meer tot Engeland dan tot Frankrijk te neigen ; veelen hingen tusfchen beiden; en men liet niets onbeproefd , om het befluit tot de Franfche zijde te doen overflaan, fchoon zommigen het inroepen van buitenlandfchen bijftand wraakten , en beweerden , dat de Bondgenooten zichzelven moeften verdeedigen. 't Valt

gereed te bevroeden, hoe zeer dergelijke Onderhandelingen den jongen Maurits moeften ontrusten. In een Vertoog, ter Hollandfche Staatsvergaderinge ipgeleverd, gaf hij, zonder den Handel met Frankrijk aftekeuren, in bedenken, dat men dien niet te haastig behoorde doortednjven , en herinnerde de Staaten van Holland, hoe verre zij met wijle zijne Doorlugtigheid gevorderd waren in de opdragt der Graaflijkheid ; verzoekende , dat zij in den Handel . met Frankrijk bedagt wilden zijn, opdat Hij en zijn Huis daar bij niet vergeeten mogt worden. Van zijnen kant alles beloovende te zullen toebrengen, wat hij, fciioon jong en onërvaaren , ten beste van den

Lande

f *) Hoofut , II. D. bl. 924 enz» B %

Maüritsj

RaadpleegltJ.gen hiei1 over.

Sluiten