Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dhr. NEDERLANDEN. 27

5, in welk een verlegen ftaat deeze Landen zich be,, vonden: hoe debetrekkingen, ontftaande uit den „ Handel, den Godsdienst , en de oude Verbinte„ nisfen tusfchen Engeland en de Nederlanden, ,, haar het reders: belang deeden neemen in den „ welftand, rust en bloei deezer Gewesten , dat zij ,, den Koning van Frankrijk tot nog niet hadt kun„ nen ovcrhaalen, om dczelven , gezamenlijker „ hand met haar, te hulp te komen : en den tegen„ woordigen flaat der zaake wel wenschte te wee„ ten, om de beste middelen ter redding te beraa„ men: ondertusfehen hadt zij niet voor , het werk

met Frankrijk, was wen daar in verder gegaan, „ te veragteren , of zich ter heerfchappij deezer ,, Landen intewikkelen." , De Staaten , ingenomen met die betuigingen der Vorftinne , bedankten den Afgezant, en deeden hem alle eere aan. Zij benoemden Gemagtigden , om met hem mondgemeenfehap te houden, die verklaarden, ,, dat men, „ met voorkennis der Koninginne , met Frankrijk „ in onderhandelinge getreeden was over de opdragt „ der Nederlanden aan dat Rijk, op gelijken voet, „ als Keizer Carel de V. dezelven bezeten hadt, „ doch behoudens den Godsdienst en Voorregten. „ Om hier van berigt te geeven, en over de verdere „ Voorwaarden , reeds ontworpen , te handelen, „ ftondt het Gezantfchap reisvaardig. Voorts had„ den zij nog dezelfde Land- en Zeemagt , als zij, „ eenige maanden geleden , haare Majefteit te ver-

üaan gaven; doch behoefden de hulp der Konin-

„ginne

Maurits.

Sluiten