Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WederzijdfchiKrijgst drijven

3« GESCHIEDENIS

den aan zijne Kroon te hegten. De Gemagtigdetï verzogten, herhaalde keeren, om eenigen onderfland van Krijgsvolk, doch kreegen niets dan wel heusch , maar weigerend antwoord. Vergeefsch was ookhun aanzoek bij den Koning vmNavarre, den Prins van CoNDé , en andere Hoofden der Onroomfchen , om hun vier- of vijfduizend Knegten bijtezetten. Zij hadden de handen vol aan hunne eigene zaaken. De Gezanten keerden onverrigter zaake , fchoon met yeel beleefdheid opgehoopt, na huis, waar zij, den pegenden van Grasmaand, m'sGraavenhaage, verflag deeden van hun wedervaaren aan het Franfnhe Hof(*> Deeze weigering, waarover, naderhand, de Veréênigde Gewesten zich hoogst verheugden, was toen eene ftoffe van droefheid. „ Dit, fchrijft „ Hoofdt, aangezien voor een rampfpoed enteken ,] van 's Hemels verbolgenheid tegen de Nederlan„ den, werdt (zo fcheemeroogt 's menfchen ver„ nuft, en mismikken zijne wenfchen,) althans bevonden t'hunnen hoogflen beste geftrekt te heb„ ben : gemerkt hun , dien anders eene eeuwige „ dienstbaarheid befchooren ftondt , gebeurd is, „ zonder fmet van llaavernij te blijven , en, einde„ lijk, eene verzekerde Vrijheid te bevegten (+)." Waarlijk het voorüitzigt der Bondgenooten werd, s allengskens donkerder. De Graaf van Hohenlo 'e* waagde eenen aanflag op 'j Hertogenbosch , die mislukte,

(») Hoofdt , II. D. bl. 977 enz. r\y Zie aldaarbl. 981.

Sluiten