Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

t^AURITf.

WederzijdfchKrijgsl drijven

3$ GESCHIEDENIS

den aan zijne Kroon te hegten. De Gemagtigdet! verzogten, herhaalde keeren, om eenigen onderftand van Krijgsvolk, doch kreegen niets dan wel heusch , maar weigerend antwoord. Vergeefsch was ookhun aanzoek bij den Koning vanZVWw, den Prins van CoNDé , en andere Hoofden der Onroomfchen , om hun vier- of vijfduizend Knegten bijtezetten. Zij hadden de handen vol aan hunne eigene zaaken. De Gezanten keerden onverrigter zaake , fcbopn met veel beleefdheid opgehoopt, na huis, waar zij, den negenden van Grasmaand, in's Graavenhaage, verflag deeden van hun wedervaaren aan het Franfthe Hof (*> Deeze weigering, waar over, naderhand, de Veréênigde Gewesten zich hoogst verheugden, was toen eene ftoffe van droefheid. „ Dit, fchnjft „ Hoofdt, aangezien voor een rampfpoed enteken 'l van 's Hemels verbolgenheid tegen de Nederlanden, werdt (zo fcheemeroogt 's menfchen ver" nuft, en mismikken zijne wenfchen,) althans bevonden t'hunnen hoogften beste geftrekt te heb9, ben : gemerkt hun , dien anders eene eeuwige „dienstbaarheid befchooren ftondt , gebeurd is, „ zonder fmet van flaavernij te blijven , en, eindeJ lijk, eene verzekerde Vrijheid te bevegten (+)." •• Waarlijk het voorüitzigt der Bondgenooten werd s allengskens donkerder. De Graaf van Hohenlo 'e' waagde eenen aanflag op 's Hertogenlosch , die mislukte,

(») Hoofdt, II. D. bl. 977 enz. £f) Zie aldaarbl. 5>8i.

Sluiten