Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 55

en ontving de Staatfche Gemagtigden , die haar de Opperheerfchappij aanboden, met veelheuschheids: doch betoonde , om de andere Partij te behaagen, een fterken afkeer, om zich, hetgeen eenen ander toekwam, aantemaatigen, verklaarende , de Opperheerfchappij niet te zuilen aanvaarden, noch ook de aItoosduurer.de befcherming der Nederlanden op zich te kunnen neemen. Alleen liet zij zich overhaalen tot het verkenen van onderftand. Voorheen hadt zij vierduizend Knegten toegedaan , voor den tiid van drie maanden , om het ontzet van Antwerpen te bevorderen ; doch zij hadden de overgaave niet kunnen beletten. Den tegenwoordigen onderftand gaf zij onder het volgende beding. Zij zou , ten dienfte der Algemeene Staaten , onderhouden vierduizend Knegten en vierhonderd Ruiters , zo lang de Oorlog duurde, behalven nog zevenhonderd man , te leggen in de Plaatzen van onderpand : over dit Krijgsvolk een Overften van naam en van 'twaare Chrhtlijke Geloof aanltellen : nevens hem nog twee haarer Onderdaanen benoemen , die, met den Stadhouder, in den Raad van Staate zouden zitten: in deezen zouden ook toegang hebben de Overften der verpande Plaatzen, Vlispngen , Rammekens en den Br iel, haar overgeleverd, tot dat zij haar verfchot ontvangen hadde. Deeze allen zouden , met de Hopluiden, Bevelhebbers en Soldaaten, der Koninginne en den Algemeerren Staaten trouwe zWeeren, en hunnen Godsdienst naar de wijze der Engelfche Kerke mogen oefenen, la den Krijgsraad D 4 zou

Maurits.

Sluiten