Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64

GESCHIEDENIS

Misnoegen van Leicester hier over.

Maurits,

De maare deezer verkiezinge trof Leicester, dié zich nog in Engeland ophieldt, als een donderdag in de ooren, en hij was dermaate gebelgd , dat hij vroeg: Wat in de Nederlanden te maaken te hebben, daar een ander het Stadhouderfchap van Holland en Zeeland bekleedde ? Ook was hem grootlijks tegen de borst, dat men Maurits, ten zelfdtn tijde, den tijtel van Prins van Otanje gegeeven hadt: dit zag hij aan als een middel, om den luider des Zoons van Willem den I. te vergrooten, en die des Gunftelings van Koningin Elizabeth te doen taanen. Maar men vertoonde hem , dat, van ouds , in elk Gewest , een bijzonder Stadhouder pleeg te zijn, die onder den algemeenen ftondt, en dst in Duitschïand de Kinderen de tijtels hunner overledene Vaderen erfden. Hier mede liet hij zich gezeggen, en kwam herwaards over (*).

Qp den twintigflen van Louwmaand, landde hij, vergezeld van eenen aanzienlijken doet Engelfche Heeren, te Vlisfingen, waar men hem met groote daatlijkheid ontving , gelijk ook , vervolgens , te Dordrecht, en in andere Hollandfche Steden, hem zo veel eers werd aangedaan, als of hij de Opper heerfcher en Verlosfer des Lands was. Een Hollandsen Edelman, die weigerde 's Graaven Hofmeefter te huisvesten, werd daar toe , op nadruklijken last der Staaten, genoodzaakt. De vreugd der Hervormden , over zijne komst , was onbefchrijllijk.

JS'iet

(*) Reyd, V. B. bl. 81. Hoofdt, II. D. bl.io^.

Leicester komt in deiVèderlanden.

Sluiten