Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maurits.

Krijgs. verrig-j tingen,

7o GESCHIEDENIS

williging , niet gebruikt zou worden in eenig uitbeemsch Gezantfchap, ten einde hij agteréénvolgende kennis van zaaken mogte hebben. Zijne wedde was twaalfhonderd Ponden van veertig grooten. • Op dien tijd bepaalden ook de Staaten van Holland zich tot het gebruik der Nederduitfche Taak ten Hove (*).

De Spaanfchen zagen met grooten wederzin , dat Elizabeth zich de zaak der Veréênigde Gewesten aantrok. Maar, dewijl hunne Krijgsmagt verre de talrijkfte was, dagten zij de gevolgen deezer Verbintenisfe met de Koningin van Engeland te kunnen fluiten door onverwagte krijgsverrigtingen. Onder het geleide des Graaven van Mansfelo, rukten, in Slachtmaand des jaars MDLXXXV, vierduizend uitgeleezene Soldaaten de Bommeierwaard in. De Graaf van Hohenlo trok hun tegen , deedt de dijken doorfteeken, en het land onder water zetten. De Spanjaarden ontkwamen , met veel moeite, het dreigend gevaar des waters, door de hoogten te beklimmen, waar zij, eenige dagen , met de bitterfte koude en gebrek aan leevensmiddelen worftelden. Hohenlo wagtte alle oogenblikken , dat ze, als visfchen , in zijne netten zouden vallen, en maakte reeds fchikking opdeplaatzen, waar hij die menigte van gevangenen zou bergen. Dan de opfteekende

Oos-

(») Remonjti: van J. van Oldenbameveld in de waare Hifi. bl. 150. Hoofdt , II. D. bl. f*47- Ref°l' Holh 1586, bl. 55-86.88 105.

Sluiten