Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 85

van den Oorlog, zou wegnemen, geheel verviel. Geen tegenreeden vermogten iets op zijn misleid verirand: alleen vergunde hij, om den fchijn van allen Handel den bodem in te flaan te ontwijken, eenige geringe waaren, die dog anderzints bederven zouden , en andere, doch met verhooging van het daarop gezette geleigeld, na Hamburg, na Bergen in Noorwegen en Oostwaards door de Zond te voeren (*).

In deezer voege zagen de Hollanders hunnen bloeienden Koophandel met den ondergang gedreigd , en het droevig tijdftip gebooren, dat mededingende handeldrijvende Volken op die puinhoopen den hunnen zouden vestigen. De Engelfchen, toen meer Zeefchuimers dan Zeehandelaars, verrijkten zich door het neemen van Spaanfche Schepen, en lieten de Hollandfche niet ongemoeid : weshalven zij, om deeze hindernisfen en fchaden te ontgaan, in ftede van het Kanaal door ten Noorden omzeilden (*).

Het misnoegen was te fterk, om niet met geweld uit te barden. De Afgevaardigden van Holland kreegen last, om hunne bezwaaren ter Algemeene Staatsvergadering in te brengen. Deeze waren niet gering en kwamen hier op neder; dat men Holland niet of weinig fcheen te agten, fchoon het meer, dan het verfchot der Koninginne beliep, moest opbtengen, dat het Engelsch Krijgsvolks veel moedwils pleegde, en de Brielfche Bezetting zich verftoutte op de in- en

Utt>

(*) Hoofdt, II. D. bl. 1048. 1070. Grotii Annal. 96. (f) Grotu Annal. p. 96.

f a

Maurits.

Klacten der Hollander en.

Sluiten