Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mauritb.

LetcesTer bsdiehtztCivan een Wapen tot een Tegenze gei.

86 GESCHIEDENIS

uitvarende Schepen onderzoek te doen; dat men over zaaken, den Koophandel betreffende, belloot inafïrjn der Raadsluiden , uit Holland gemagtigd ; dat eenigen vastfleldeii, hoe het jongUe Plakaat op de Zeevaart geen voortgang zou gehad hebben, waren de Hollandfche Raadsluiden niet van de hand gezonden, endaar over gekend geweest: dat men zonder Holland, 't geen 'er her meeste belang bij hadt, eene bepaaling, ftnjdig met het gevoelen deezes Landslchaps. gemaakt hadt op bet betaalen der Geleigelden l als mede dat men de Hollanders uit groote en kleine Ampten icheen te willen weeren, niet tegenftaande die van de Regering 't bewind over 't Hollandfche Geid en flegts over een tiende gedeelte van het Utrechtfche hadden, terwijl de Zeeuwen en Friezen de handeling van het hunne behielden, en uit Gelderland, Brahand en Vlaanderen niet veel in kwam (*).

Ydele klagten! Leicester beantwoordde dezelve, door andere niet min aanftootelijke en verderflijker 1 nienwigheden in te voeren. Tot groote ergenis beftondt hij, ftrijdig met het genomen belluit, om aan alle Schrilten,die van's Lands wegen gezegeld moesten worden, het Zegel der Algemeene Staaten te hegten en tot een tegenzegel zijn eigen geheele Wapen te gebruiken (t)-

Van verder inzigt en dieper invloed was het opregten van eene Kamer der Geldmiddelen. Rein-

goijj)

(*) Hoofdt, II. D bl. io6$. (t) Zie aldaar, bl. 1097.

Sluiten