Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. 97

kamer, tot op de halve verdieping van, 'tvertrek met hout befchooten, doch met tapijten behangen. Agter deeze lag een goed deel Schutters verhooien met gelaaden geweer , gereed , om, zo 'er iets kwaads werd aangevangen, los te branden, en de vlam van den onraad met het bloed des belhamels te blusfen. Doch de Regeering en Burgerij kwamen 'er , voor deeze keer, met de vrees af, en de Engelfchen met een haatlijken roep over hunne brooddronkenheid, daar zij veel van het Zuikergebak, te deezer gelegenheid zo rijklijk en kostbaar voorgezet, dat men 'er geen wedergade toe wist, met fmaadlijke dartelheid , ten venller uit , op den Dam, in 't flijk wierpen (*).

Leicester, van den veldtocht deezes jaars terugkomende , werd, in 's Graavenhage , ftaatlijk ontvangen, met erkentenis verwelkomt, enbefchonken met een zilveren vergulden gedekten Kop, ter hoogte eens mans , kondig gedreeven , ter waarde van negenduizend Guldens, welken hij in dank aannam, verklaarende, die gifte te zullen bewaaren , ter gedagtenisfe van de Landen, voor zich en zijne Naakomelingen. Dit gefchenk was min eene dankërkentenisfe, dan een llreek van ftaatkunde. Men wilde dien verdienstloozen Man daar door te ligter het verdriet van eenige onaangenaame waarheden , die hem zouden voorgelegd worden , doen verzwelgen.

(*) Hoofdt, II. D. bl. 1098. 109//. IF. Deel. G

MauritsI

Onderhandeling der Staaten met Leicester.

Sluiten