Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 113

genhonderd Koningfchen, vergezeld van den Overfteii Taxis, die , door Stanlei ontdekt aan een Burgerhopman, hem dit onvoorzigtig woord afperste : Hoe zijn wij zo jammerlijk verraaclen ! Taxis zeide hier op : Dit laat ik den geenen verantwoorden, die het toe/iaat. Ik dien den Koning , mijnen Heere. De Verraader verontfchuldigde zijn bedrijf, zo goed hij kon, met ftamelende reden , de blijk van een wederfpreekend hart, beweerende, dat zijn gegewisfe hem gedwongen hadt, de Stad aan den Koning , dien ze toebehoorde , overteleveren : zelfs fchaamde hij zich niet, zijn fchelmltuk met eene fpreuk van Christus te verbloemen , zeggende: Men moest den Keizer , dat des Keizers, en Gode, dat Godes was, geeven. Ook beweerde hij , nooit in Staaten Eede, en alleen onder dien van Leices* ter geftaan te hebben, waar van hij bewees ontflagen te weezen door een vrijen Reisbrief, met Leicesters hand en zegel verzekerd. Een beroemd Engelsch Gefchiedboeker fchrijft Stanlei's afval toe aan de vrees , dar hij ingewikkeld was in de laattte zameuzweering der Catholijken ih Engeland tégen Elizaeeth's leeven (*)•-— Op dien zelfden dag , volgde York het voorbeeld van Stanléi , en gaf de Schans , zijner bewaaringe toevertrouwd , den Spanjaard over. Eenige Engelfche Knegten te Zwol, die ter betaalinge van de Koningin fiondei), fchsurden hun Vaandel van de ftengen , en liepen

na

(ö) Hoo*!vr, II,D. bl ilaS. Htoie, V. 339' W. Peel. H

Mauhtï.

Sluiten